Antje Visser - De vrijwilligster

‘De vrijwilligster’ fascineert tegen alle verwachtingen in

Op de voorkant een theatraal uitgelichte moslima met gesloten ogen. Daaronder de titel: ‘De vrijwilligster’. O nee, denk ik, een vrouwenboek. Dan lees ik de achterflap: ‘...De spanningen in de multiculturele samenleving lopen op. Willemijn, studente sociologie gaat aan de slag als vrijwilligster om een jonge Turkse importbruid Nederlands te leren... Hoever wil Willemijn gaan om Nuray te helpen?’ In het biografietje lees ik dat Antje Visser zelf ook als vrijwilliger taalles heeft gegeven. Een multicultureel, autobiografisch drama, ook dat nog, denk ik en sla sceptisch het boek open.

Licht formeel
Visser heeft gekozen voor een duidelijke afkadering van ieder personage door middel van hun taalgebruik. Nuray heeft een aandoenlijke misplaatsing van werkwoorden en voornaamwoorden, wat haar als een hakkelend kind neerzet: ‘En nu, in zomer, ik kan ook niet familie zien. Drie jaar ik kan niet zien... Ik ben bang, nooit meer zien.’ Je ziet hoe graag Nuray de taal wil spreken, maar helemaal vlekkeloos gaat het niet.
Mustafa daarentegen praat met een slis aan het eind en gebruikt veel tussenwerpsels zoals: hoor, hé, toch: ‘Ik wilde even weten van posjt...isj beetje moeilijk hoor... ik heb vaak gebeld aan jou, maar eh... kan niet opnemen ofsjow?’ Dit maakt hem een dom figuur, die met zijn langdradige teksten ook de lezer tegen gaat staan.
Het boek is vanuit het perspectief van Willemijn geschreven. Haar toon is doelmatig, waardoor de wereld zonder mooischrijverij, vrijwel registrerend is genoteerd. Willemijns beschrijvingen hebben soms zelfs een licht formeel karakter: ‘Ik wilde Nuray, die zich duidelijk had verheugd op deze middag, niet teleurstellen, maar het lukte me niet om mijn concentratiespanne per onderwerp zondanig te rekken dat de conversatie inhoudelijk vorm kreeg.’ Wellicht is dit een resultaat van Vissers eigen academische achtergrond?

Whodunnit
Visser bouwt haar roman nauwgezet op, waarbij ze haar lezer zeer nauwkeurig details voedt. De antwoorden op vragen als ‘Is Mustafa met een andere vrouw getrouwd?’ en ‘Moet Nuray terug naar Turkije?’ ontvouwen zich als in een ware whodunnit. De pogingen van Willemijn om het Turkse echtpaar te helpen, zijn bij voorbaat gedoemd te mislukken. Als bij een echte thriller wil je haar toeschreeuwen: ‘Nee, onderteken die brief niet!’, maar dan is het te laat.
Hoewel het onderwerp en de insteek mij aanvankelijk afstootten, is De vrijwilligster tegen al mijn verwachtingen in goed geschreven en spannend. Visser bewijst dat een goed boek zijn kracht niet hoeft te ontlenen aan een originele setting of eigenzinnig drama, maar zijn kwaliteit ook kan halen uit de informatiedosering en helder geschreven dialogen. Visser heeft met De vrijwilligster een krachtig debuut geschreven, dat vlot leest en nieuwsgierig maakt naar meer.

Elfie Tromp

Antje Visser, De vrijwilligster
paperback, 256 blz, € 16,95
De Arbeiderspers, ISBN 978 90 295 7533 1