Charles D’Ambrosio - Het dodevissenmuseum
Misleidend en vervreemdend
De korte verhalen van Charles D’Ambrosio zijn in Nederland niet erg bekend, maar werden in de V.S. al bekroond met verschillende prestigieuze awards. Ook wordt hij daar vergeleken met Grote Schrijvers als F. Scott Fitzgerald en Raymond Carver. Een goede zaak dus dat de kleine uitgeverij Karaat een vertaling van D’Ambrosio’s tweede bundel, The Dead Fish Museum, uit 2006 heeft uitgebracht. Karaat gaf al eerder een biografie over Edgar Allen Poe uit en wellicht heeft een voorliefde voor gothic en suspense ze er toe gebracht ook Het dodevissenmuseum uit te geven.
Ook al is er nergens sprake van de bovennatuurlijke verschijnselen die Poe beschreef, in de verhalen van D’Ambrosio wordt een duistere sfeer gecreëerd. Al was het maar door het verschrikkelijke weer, de veelvuldige aanwezigheid van gestichten en religieuze rituelen. De verhalen zijn gesitueerd in de lagere en middenklassen in afgelegen delen van de staat Washington, waardoor er een moderne gothic ontstaat: ‘Overal stonden kapotte, gesloopte voertuigen. Assen, banden, deuren, bumpers, kuipstoelen en radiatoren lagen verspreid in de modder. [...] Een afgeroste DeSoto met een gebroken voorruit en in de zon hard geworden banden, de verroeste velgen diep weggezonken in het witte zand, stond geparkeerd onder een boom. Erboven hing een half onttakelde motor aan een lier, heen en weer zwaaiend terwijl de takken schommelden in de bries.’
Ongure sfeer
De ongure sfeer draagt enorm bij aan de spanning die in ieder verhaal zit. Door de knappe opbouw geloof je keer op keer dat de personages op een of andere ramp afstevenen. In ‘Zegen’ bijvoorbeeld wordt een familie bedreigd door noodweer en een overstroming. Tussen de familieleden broeit van alles en met het stijgende water stijgt ook de spanning. Of in ‘Het grote geheel’, waarin een rondzwervend verslaafd stel bij een afgelegen boerderij terechtkomt. De vrouw ziet in de maïsvelden een meisje dat zich vreemd gedraagt. Later blijkt dat het oudere echtpaar in de boerderij een dochter heeft gehad die is overleden.
Literaire peers
D’Ambrosio zou niet zo geprezen worden door zijn literaire peers als hij alleen maar spannende verhalen schreef. Zijn ingetogen stijl getuigt van een waar meesterschap. Met weinig woorden weet hij een bepaalde sfeer of situatie neer te zetten. De gebeurtenissen worden op een directe manier beschreven, veelal zonder enige emotie en soms zelfs te onderkoeld voor de situatie, wat een interessant vervreemdend effect oplevert.
Daarnaast zijn de verhalen bijzonder geconstrueerd. De opgebouwen spanning in genoemde verhalen wordt namelijk niet waargemaakt, wat in dit geval niet erg is, maar juist bijdraagt aan het geniale van de bundel. D’Ambrosio speelt bewust met de verwachtingen van de lezer. In ‘De Hoge Pas’ is dit bijzonder knap gedaan. Het verhaal lijkt te draaien om het jongetje Ignatius, dat in een katholiek weeshuis woont. Zijn moeder is overleden en zijn vader zit in een inrichting. De beklemming en eenzaamheid van het jongetje zijn voelbaar en doen vermoeden dat er iets duisters in hem schuilt. Halverwege krijgt het verhaal echter een wending en blijkt de ontknoping niets met Ignatius te maken te hebben. Na een paar verhalen te hebben gelezen weet je wel dat je misleid wordt, maar toch trap je er steeds weer in. Ik wel in ieder geval.
Silvana Sodde
Charles D’Ambrosio, Het dodevissenmuseum
paperback, 245 blz, € 19,90
Karaat, ISBN 978 90 797 7004 5
