David Nolens - De kunst van het wachten
Verstilde tijd
Wat zou er in België toch in het leidingwater zitten? Of zou er een andere reden zijn dat er in ons buurland vaak zulke oorspronkelijke dingen worden gemaakt? Niet alleen in de muziek is dat zo, ook in de literatuur zijn er veel originele geesten, die een stem en een manier van vertellen hebben die onvergelijkbaar zijn met wat doorgaans in Nederlands gebeurt – denk bijvoorbeeld aan Saskia De Coster of Annelies Verbeke.
Ook David Nolens (1973) heeft met zijn nieuwe, vierde roman De kunst van het wachten een opmerkelijk boek afgeleverd. We volgen Jack, een succesvolle en begeerlijke reclameman van midden dertig in Brussel. Terwijl hij een nieuwe campagne moet bedenken voor een push-upslip voor mannen knapt er iets in hem; de onzin en leegheid van zijn bestaan vliegen hem aan. Wanneer hij Roman ontmoet, een man die schijnbaar volkomen tevreden niets doet en rondzwerft, raakt ook Jack op drift.
Ze komen in Kopenhagen uit, en gaandeweg ontstaat er een bonte karavaan doordat steeds meer mensen zich bij hen aansluiten: Azekel uit Angola, de Groenlandse Klaus die veel drinkt om zelfmoord uit te stellen, de Angolese Azekel, de oude dakloze Leopold, de mooie dominee Aamu die huwt met Jack en weliswaar in de Here is, maar het niet zo nauw neemt met alle tien geboden; de epileptische Cathérine en zelfs de moeder van Jack. Met twee van de figuren die zij ontmoeten, La Barba en Janus, loopt het noodlottig af.
Protest
Dit ‘koor van zwijgenden’ of ‘wachtenden’ vormt als het ware een stil protest tegen de immer voorsnellende, jachtige wereld; eigenlijk zijn het namelijk de geactiveerden die in stilstand leven en de passieven die in beweging zijn. Niet degenen die op straat leven als zwerver zijn beklagenswaardig, maar degenen die zich gevangen laten zetten in een steeds sneller draaiend rad waarin zij rondrennen als een overspannen hamsters.
Langzaam treedt Jack een andere werkelijkheid binnen, waarin de relatie tussen handelingen, ruimte en tijd anders ligt dan in de gangbare maatschappij. Ze hadden evengoed monniken kunnen zijn in plaats van zwervers. ‘De andere tijd die intrad, was de enige en juiste tijd. (...) Zo een mens te zijn: losgebroken uit een cirkel, verlost van het entertainment maar niet van de oppervlakte, waaruit elk moment openvouwde tot een diepte.’
Onthechting
Uitgewerkte personages zijn het niet, uitgewerkte gebeurtenissen evenmin. Nolens beoefent de kunst van het weglaten en verkiest de schets boven het vertellen van een verhaal waarin alle details volledig zijn ingekleurd. Het levert soms fragmenten op die ontdaan zijn van emoties en tijd – zoals in tekenfilms een muis gewoon weer opstaat nadat een kat net een aambeeld op hem heeft laten vallen.
Zo weerspiegelt de verhaallijn de onthechting die de personages eigen is. Daar waar zij zich onttrekken aan het lawaai van de maatschappij, onttrekt de roman zich op een vreemde manier eveneens aan gangbare noties; woorden als ‘geloofwaardig’ of ‘mooi’ doen hier, zo lijkt het, niet ter zake. Wat overblijft is een boek dat de lezer achterlaat als de personages die erin figureren: zwijgend en vervreemd.
Vivian de Gier
David Nolens, De kunst van het wachten
gebonden, 208 blz, € 19,95
De Bezige Bij Antwerpen, ISBN 978 90 8542 258 7
