Edwin Fagel - Het geroofde lichaam van Charlie Chaplin
Alles in een ander licht
De debuutbundel van Edwin Fagel, Uw Afwezigheid, werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs 2008 en bekroond met de Jo Peters PoëziePrijs 2008. In opdracht van de stichting van deze prijs schreef Fagel tien gedichten die verschenen in de in zeer beperkte oplage uitgebrachte bundel Schilder en model. Zijn tweede ‘echte’ bundel is onlangs verschenen onder de opvallende titel Het geroofde lichaam van Charlie Chaplin. Dat doet slapstickachtige taferelen vermoeden, maar niets blijkt minder waar. Niet de komedie, maar de ernst staat centraal in de bundel. Chaplin blijkt slechts een kleine bijrol te hebben in één van de gedichten.
De bundel bestaat uit een openingsgedicht gevolgd door vier reeksen. De eerste cyclus, Ineens stond alles in een ander licht, gaat over de dood van een vader en de tweede, Contouren, over de dood van een moeder. Departures beschrijft andere vormen van afscheid en het daarbij behorende gemis. Er wordt afgesloten met Gesprek met een serveerster, waarin de dichter en serveerster om beurten aan het woord komen en zij Fagel toespreekt en stelt dat het schrijven voor niets is. ‘Stop er toch mee, zeg je. Het zijn maar / woorden.’
Eigen lichaam herontdekt
Steeds terugkerende thema’s zijn de dood, het jezelf verliezen en de onmacht (van onder andere het eigen lichaam). Wat betreft het eerste ligt de nadruk vooral op het grijze grensgebied tussen leven en dood. Zoals wanneer de vader aan het begin van de avond, liggend op de bank, sterft: ‘Wij bleven met hem omgaan alsof / er niets aan de hand was, al voelden we / wel dat er iets niet klopte.’ Hoewel het geheel een bepaalde berusting uitdraagt, zijn alle gedichten doorvlochten met de verwarring en onmacht rondom het afscheid. Tevergeefs wordt er gezocht naar antwoorden op de vragen die in het eerste gedicht worden gesteld: ‘Wie is mijn vader? Wie is mijn moeder? / Waar is mijn huis? Waar is mijn lichaam?’
Met het lichaam wordt schijnbaar keer op keer een nieuwe relatie aangegaan. Niet alleen moet het eigen lichaam herontdekt worden, ook worden er opvallend veel dierlijke eigenschappen aan de lijven toegekend en worden er voortdurend parallellen met vogels getrokken. Het is echter niet altijd even duidelijk welke functie deze vergelijkingen hebben. Staat de reiger bijvoorbeeld symbool voor de gestorven vader? Dit blijft onduidelijk. Al is Fagels taalgebruik uitnodigend helder, zijn boodschap blijft raadselachtig. Dat is echter geen probleem, want juist dat niets is wat het lijkt, maakt deze gedichten fascinerend. Aan het eind van de bundel wordt onder ‘aantekeningen’ beschreven hoe het lijk van Charlie Chaplin werd geroofd. Door deze noot blijkt zijn rol toch groter dan die in eerste instantie leek, namelijk als symbool voor de onmacht en schendbaarheid van het eigen lichaam, zelfs na de dood.
Toen ik wakker werd zat je aan mijn voeteneind. Heb ik iets verkeerds
gegeten, dacht ik. Ik voelde de omtrek van mijn lichaam.
Ik dacht: Een wandeling zal me goed doen, de maan te zien.
We hoorden de buren in hun auto stappen en namen afscheid.
Jij ging linksaf, ik rechts. Maar ik draaide me om, en toen ik je inhaalde
zag je dat ik naar je keek. Het was zo’n moment waarop de rest van de wereld leek stil te staan, het gesprek dat volgde
vond nooit plaats en ging nooit voorbij. Vergeef me, zei ik.
Het is goed, zei je en je keek me recht aan. Zit er maar niet meer over in.
Bij het eerste ochtendlicht stak ik mezelf in mijn borst, precies zoals ik had bedacht en zoals ik altijd had gezegd, maar toch nog in een opwelling.
Karlijn Leenders
Edwin Fagel, Het geroofde lichaam van Charlie Chaplin
paperback, 48 blz, € 14,90
Nieuw Amsterdam, ISBN 978 90 468 1120 7
