Maarten Inghels - Waakzaam
Vlammende betogen
Woedend. Zo begint Maarten Inghels (1988) zijn tweede dichtbundel Waakzaam. Worstelde de dichter in zijn debuut Tumult (uitgegeven in de Sandwich-reeks onder redactie van Gerrit Komrij) nog met de twijfel, in deze uit vier delen bestaande bundel lijkt daar geen plaats voor. Inghels weet precies zijn vingers op de zwerende plekken van onze maatschappij te leggen. Als een klap in je gezicht vangt hij aan met Gedichten om er wel/niet bij te horen en somt de dichter een aantal 'dingen' op die hem 'irriteren, of beter, agressief maken':
In dit voorgekauwde voorgeborchte walg ik van wielrenners op
cornflakesverpakkingen, wannabe alternatieve meisjes met hun broek
op halfzeven en een bloem in hun haar of
vrouwen die gillen bij het zien van mijn fallus.
Graag breek ik de kaken open over:
het trekken van gekke bekken, karma, keyboards,
de windhanen met hun draaikonten, valse snaren, praatzieke zweef-
teven, de griepprik die dokters in dementerende bejaarden pleuren,
of: tweeverdieners die over kunst praten bij het zien
van een manden vlechtend vrouwtje in Frankrijk.
Vlammende betogen, prozagedichten waarbij je moet happen naar adem, die je doen knikken en instemmen. Die je tegelijk een ongemakkelijk gevoel geven. Die je een beetje beschaamd doen grinniken.
Betrokkenheid
In het tweede deel We moeten immer waakzaam blijven schakelt het aardige monster over naar een wat mildere toon en toont Inghels zijn betrokkenheid met gedichten voor eenzaam gestorvenen. Zoals het gedicht 'Zoveel aandacht was u vast niet gewend' voor meneer Nguyen Van Kham die in een sociaal appartement in Antwerpen pas twee jaar na zijn dood gevonden werd toen deurwaarders de openstaande rekeningen welletjes vonden.
Ongemakkelijk zijn we van uw verdwijning,
uit verontwaardiging worden we plots
betere buren, uw buurvrouw Jenny had
koffie gewild als ze uw taal had gekend.
En afscheid. Met groot gevoel voor detail en prachtige vondsten laat de Vlaming dit thema dwalen door de cyclus Het abattoir van het afscheid dat eerder verscheen in een bibliofiele uitgave. Het is het hoogtepunt uit de bundel waarin de eigentijdsheid ook van af spat: Geef me nog een eeuw en ik schrijf dat boek over haar dat leest / als een sms met drie woorden en een emoticon of Ik download mijn spatader / dim mijn bloedknop, zelfs voor braille ben ik te blind.
Generatie
Een geëngageerde dichtbundel loopt de kans te verzanden in zuurpruimerij of heeft een dichter aan het roer die iets te nadrukkelijk jou zijn mening door je strot wilt duwen. Zo niet in Waakzaam. Maarten Inghels constateert, rapporteert en laat het aan ons daar een mening over te vormen. In De revolte, het laatste gedeelte, heeft hij het voornamelijk over zijn eigen generatie, die van 'comaneuken en estafettebeffen', en verbaast hij zich over de beeldvorming die er in kranten of in de politiek is ontstaan. En toch spaart hij helemaal niemand. Er gaan al stemmen op dat hij de nieuwste spreekbuis van zijn generatie is (de zoveelste). Prima, maar laat hem dat alsjeblieft op papier blijven. Zoals Inghels zelf schrijft in het gedicht 'Er zijn geen blaffende honden meer':
ik haal het hoofd uit de borstkas, gun de ribben ruimte, blijf
schrijven: brieven, opstellen, gedichten et cetera.
Dan is het goed.
Vincent Terlouw
Maarten Inghels, Waakzaam
paperback, 80 blz, € 19,95
De Bezige Bij Antwerpen
ISBN 978 90 8542 257 0
