Marcella Veldthuis - Boven water
Discutabele roem
‘Hoe heten de vader en moeder van een gestorven kind?’ vroeg P.F. Thomése zich af in Schaduwkind na het overlijden van zijn dochter Isa.
In de nacht van 5 januari 2008 verdwijnt Gretha Veldthuis. Ze is dan vijfenveertig jaar oud en op weg naar huis na een nieuwjaarsborrel van de voetbalvereniging van Zuidbroek. Over het vacuüm na deze waargebeurde vermissing schreef Marcella Veldthuis (1989!) het verrassend rijpe debuut Boven water. Alles waarover geschreven wordt is een interpretatie van de werkelijkheid en dat is in Boven water uiteraard niet anders. De kracht van het boek ligt echter in een nuchter en ingehouden taalgebruik waardoor het nergens sentimenteel wordt.
Geen naam
Wat weten we over een vermiste, anders dan dat ze ontbreekt? En hoe moeten achterblijvenden omgaan met hun zenuwslopende onzekerheid, waarin ze proberen de hoop op een goede afloop levend houden? Bij vermissing hebben achterblijvenden ook geen naam en er bestaan geen kant-en-klare ansichtkaarten die mensen woorden verschaffen als ze medeleven willen betuigen.
‘Normaal lees je het, denk je: wat erg! En ga je verder met je leven, je onbewust van de gevolgen van de vermissing voor het dagelijks leven van de familieleden en vrienden.’ Maar als je – zoals Marcella en haar familie is overkomen – zelf meemaakt dat een dierbare spoorloos is, zijn de gevolgen ervan genadeloos. Aanvankelijk kun je geen krant openslaan zonder een berichtje te vinden dat melding maakt van de gebeurtenis. ‘Een discutabele roem, waar geen mens echt op zit te wachten.’ Tegelijkertijd is ook afscheid nemen niet mogelijk zolang iemand niet dood is verklaard. Een knagend gevoel van onzekerheid blijft bestaan, terwijl er koortsachtig gezocht wordt naar verklaringen.
Vervreemdend
Het decor wordt steeds vervreemdender: zo dregt de politie onder de ogen van de familie in het Muntendammerdiep naar een mogelijk stoffelijk overschot. Op een internetforum ontvouwen volslagen vreemden hele complottheorieën rondom de vermissing, zich beroepend op vrijheid van meningsuiting: ‘Was Gretha drugskoerier of geheim agente?’ Een medium komt zijn diensten aan de familie aanbieden: ‘Ik help jullie natuurlijk graag! Voor maar 500 euro kan ik haar al vinden...!’
Ook dagelijkse zaken krijgen een absurdistisch karakter: bij vermissing stopt een salaris, terwijl bankrekeningen geblokkeerd worden alsof je overleden bent en de kosten doorlopen alsof je leeft. Marcella en haar zus Mariëlle trachten ondertussen naar school te blijven gaan. De meeste klasgenoten negeren hen angstvallig of fluisteren op de gang en zijn vooral in zichzelf geïnteresseerd. Anderen menen precies te weten hoe het met ze gaat, want ze hebben zelf hun ervaringen gehad, of betuigen onophoudelijk en buitenproportioneel hun medeleven. Slechts een paar vrienden geven uiting aan begripvol medeleven.
Ze is het
Regelmatig bekruipt me het gevoel dat de vermissing maanden heeft geduurd. In werkelijkheid overlijdt Greta Veldthuis officieel op 6 februari 2008, de dag waarop ze wordt gevonden in het Winschoterdiep. ‘Ze is het, het is zeker. Hoewel ik heel goed weet dat het misplaatst is ben ik ongelooflijk blij te horen dat tante Gretha dood is. Nee, corrigeer ik mezelf vlug in gedachten, niet om te horen dat ze dood is: ik ben heel blij om te horen dat er zekerheid is.’
Hoewel woorden Gretha niet terugbrengen, is erover lezen is vermoedelijk velen tot steun. In de woorden van Thomése: ‘Als ze ergens nog is, dan in de taal.’
Marc Brester
Marcella Veldthuis, Boven water
paperback, 182 blz, € 17,95.
De Arbeiderspers, ISBN 978 90 2957 843 1
