Massih Hutak - Toen God nog in ons geloofde

‘Toen God nog in ons geloofde’ heeft drive maar is een te pril debuut

Satan in de trein
Een jongen praat met Satan in de trein. Een man gaat wekelijks naar de hoeren omdat hij vermoedt dat zijn vrouw vreemd gaat. Een boze buurman verkleedt zich als clown en richt een bloedbad aan op het kinderdagverblijf van zijn buurjongetje.
Dit zijn enkele onderwerpen in de korte verhalenbundel Toen God nog in ons geloofde en het moge duidelijk zijn: schrijver Hutak schuwt het explosieve niet. Stuk voor stuk voelen de hoofdpersonages in deze bundel zich buitengesloten of hebben zich afgekeerd van de wereld.

Dagboekrelaas
Het boek opent met een dagboekrelaas van Hutak zelf, geschreven in het vliegtuig naar Londen. Ook hij distantieert zich van de wereld: ‘Ik begon te spijbelen en hing veel in de studio. De teksten gingen nergens over en het verzuimen heeft me mijn vwo gekost, toch was het een cruciale periode voor me.’ De poëtisch bedoelde terugkerende gedachte ‘ik moet mijn laatste nummer nog schrijven’, wekt helaas eerder ergernis dan medeleven op.

Het gebruik van ‘neen’ na 1900
Op zich zijn Hutaks onderwerpen dramatisch interessant, maar hij verglijdt steeds weer in een uitleggerigheid die iedere vorm van spanning doodslaat: ‘Ik had in mijn ballingschap een perfecte manier gevonden om mijn ideaal in deze imperfecte wereld te realiseren’, zegt de clown voordat hij het kinderdagverblijf binnen stapt.
Een redacteur die Hutak het principe show, don’t tell had uitgelegd, had hem hiervoor kunnen behoeden. Hutaks taligheid is (nog) niet scherp genoeg. Ieder personage gebruikt hetzelfde idioom, wat tussen extreem formeel en clichématige beelden hangt.
Opvallend is het gebruik van het woord ‘neen’, dat meerdere personages in verschillende verhalen gebruiken. De laatste schrijver die daar mee weg kwam, is Multatuli. In het verhaal ‘Duivel in Amsterdam’ komt de slordigheid van Hutaks redacteur nog eens om de hoek. Eerst steekt het personage een brief weg om hem een pagina later nog in de hand te hebben. Foei, uitgeverij Contact!

Groei
Het ontwikkelen en koesteren van (jong) talent is een taak die tijd kost en niet per se op korte termijn publicabel materiaal oplevert. Het is duidelijk dat deze schrijver een drive heeft en een verhaal wil vertellen. Dat dit mislukt, kun je Hutak zelf nauwelijks kwalijk nemen. Want hoe zouden het dagboek en de eerste verhalen van Kluun of Robert Vuijsje hebben gelezen toen zij 19 waren? Hutak zal als schrijver en muzikant de komende jaren waarschijnlijk met grote sprongen groeien.
Uitgeverij Contact, bekend van onder andere P.F. Thomèse en Ivo Victoria, had Massih Hutak beter wat langer kunnen koesteren, voordat ze hem uitbrachten. Dan had Hutak waarschijnlijk een debuut geschreven waar hij vijf jaar later nog steeds trots op kan zijn.

Elfie Tromp

Massih Hutak, Toen God nog in ons geloofde
paperback, 126 blz, € 17,50
Contact, ISBN 978 90 254 3673 5