Reinout Verbeke - De achterkant van flatgebouwen

Meisje molecuul

De naam Reinout Verbeke zal in Nederland nog niet veel belletjes doen rinkelen, maar in eigen land is de Vlaamse dichter in literaire kringen geen onbekende meer. Verbeke, die naast dichter ook redacteur is van een wetenschappelijk tijdschrift, publiceerde onder meer in De Brakke Hond, Deus ex Machina, Poëziekrant en Het Liegend Konijn. Ook stond hij met Nevenwerking, de band van zijn neven waarmee Verbeke optreedt, op de Nacht van de Poëzie in de Gentse Vooruit. Bovendien is hij organisator van het poëziefestival Literaire Living.
En nu is daar zijn debuutbundel, De achterkant van flatgebouwen. De bundel bevat een cd van Verbeke en Nevenwerking, volgens een quote uit De Morgen op de achterkant van de bundel ‘een geslaagde combinatie van rock-‘n-roll en poëzie’.
Verbeke ziet zijn gedichten als een ‘allegorie van het minuscule’, en hij bedient zich inderdaad meer van kleine onderwerpen en beelden om zich uit te drukken dan van grote woorden. Dat wat aan het oog onttrokken is, interesseert hem, zoals wat zich afspeelt aan de achterkant van flatgebouwen, waar de vuilniszakken aangevreten worden, mensen in hun blootje in de zon liggen en elkaar beloeren. In ‘Nanomeisje’ wordt het grote (liefde, lustgevoelens) vervangen door kleine, kille getalletjes:

Nanomeisje

Een meisje tot de min negende macht
is mijn liefde aan het meten. Niet mijn oogopslag
de trilling in mijn stem, maar stuwing van bloed
aantallen eiwitten per kubieke centimeter

Een meisje op een miljardste meter. Meisje molecuul
van goudpartikels en van kwarts. Ik heb haar nodig lief
Zij mijn vreemde lichaam, ik haar voorspelbaarheid

Ben ik haar proefdier
en dubbelblind Oidipous gelijk?

Ik wil het haar vragen
maar alleen van meetbaarheid
wil ze spreken, zoals:
stijgt de liefde voor het heengaan?

Verbeke weet het kleine soms mooi te vangen, zoals in ‘De’, een vers gewijd aan het samenspel tussen vogel en boom, tussen taal en gedicht. Ook ‘Mazen’, dat gaat over een nachtvisser die de maan vangt en ‘Melopee’ van Paul van Ostaijen en Luceberts ‘Visser van Ma Yuan’ in herinnering roept, is fraai. De muzikale uitvoering van Verbekes gedichten, die met prettige stem zijn werk leest, is ook de moeite waard; door de gitaren en drum krijgen sommige gedichten een pittigheid die de papieren versie ontbeert – al is rock-‘n–roll wat sterk uitgedrukt.
  De achterkant van flatgebouwen is een heel aardig debuut, maar overtuigt in opbouw niet helemaal: de gedichten vormen geen samenhangend, dwingend geheel. Ook zijn er weinig gedichten, beelden of zinnen die zich in het geheugen griffen, die zo’n urgentie uitstralen dat je er als lezer niet omheen kunt, die nieuwe vergezichten bieden, ontregelen of schrijnen in je ziel. Die, kortom, echt iets in beweging zetten vanbinnen. Daar laat Verbeke naar mijn idee een kans liggen. Als hij zijn gevoeligheid meer durft te voorzien van onverwachte of scherpe randjes en een gevoel van noodzakelijkheid, zou zijn volgende bundel wel eens een verrassing kunnen worden.

Vivian de Gier

Reinout Verbeke, De achterkant van flatgebouwen
paperback met cd, 50 p., € 19,95
De Bezige Bij Antwerpen, ISBN 978 90 854 2285 3