Rik Launspach - Man meisje dood

Twee keer alles kwijt

‘We hebben helemaal geen goden nodig. We zijn onze eigen god. We hebben er alles voor in huis, alleen weten we niet hoe het te gebruiken. Onze schitterende perfectie ligt om de hoek, voor het grijpen.’
Als iemand er niet erg in slaagt perfectie te bereiken, is het Deus wel, de hoofdpersoon van de nieuwe roman Man meisje dood van Rik Launspach. Deus wordt in dit citaat toegesproken door zijn wonderlijke vader – ook geen toonbeeld van menselijke perfectie overigens. Deus, afkorting van Amadeus, leeft weliswaar als een god in zijn eigen universum, maar dat universum is nogal leeg; vrienden heeft hij niet, ook geen broer of zus, zijn moeder is al jaren dood en zijn vader leeft in een heel andere wereld. Dat de student taalwetenschappen een relatie krijgt met het mooiste meisje van de hele Amsterdamse universiteit, komt vermoedelijk doordat Deus een centje bijverdient met op kleine schaal drugs dealen. Toch ontstaat er een soort van liefde tussen Deus en Tatja, een van origine Afghaanse schone die dag en nacht wordt ‘bewaakt’ door haar hartsvriendin (en bedpartner, als dat zo uitkomt) Puck.
Als Tatja een jaar in Venetië gaat studeren, probeert Deus zich in de tussentijd de Afghaanse taal eigen te maken. Hij wil haar verrassen, en dat lukt, maar op een andere manier dan hij voor ogen had: wanneer hij Tatja opzoekt in Venetië, treft hij haar naakt aan op de keukentafel, druk in de weer met haar ex en met Puck.

Exacte taal

Woedend en verdrietig keert Deus terug naar huis. Tatja legt zich er echter niet bij neer dat de relatie voorbij is en volgt Deus zelfs (samen met Puck) op vakantie naar Turkije. De ‘verzoening’ eindigt in een drama: de drie krijgen een auto-ongeluk en Tatja komt daarbij om het leven. En dat is ook nog eens Deus’ schuld.
Hoewel de genezing aan de buitenkant haar werk heeft gedaan, wil er daarna op de kale vlakte van Deus’ binnenste niets meer groeien; alle liefde of seksuele gevoelens zijn verdampt. Hij vertrekt naar het kale, onherbergzame Afghanistan, en bezoekt het weeshuis waar Tatja opgroeide. Samen met de papaverboer die hem onderdak verleent, begint Deus een handeltje in een nieuw geestverruimend drankje.
Deus wordt rijk, maar raakt voor de tweede keer alles kwijt. Hij stort zich op zijn wens om een exacte, cijfermatige ‘taal’ te ontwikkelen die communicatie zo zuiver mogelijk maakt. Zijn computerprogramma brengt hem in dienst van de NAVO, en zo belandt Deus vijftien jaar later opnieuw in Afghanistan. Zijn eerdere belevenissen verbleken bij wat hem nu te wachten staat. Deus komt terecht in het hart van de strijd tussen Oost en West, tussen de Taliban en Amerikanen.

Heftig leven
Rik Launspachs succesvolle debuutroman 1953 over de watersnoodramp liet zien dat hij zowel schrijver als acteur en regisseur is. Het boek werd een bestseller, en werd vervolgens verfilmd en tot een musical bewerkt. Ook Man meisje dood is duidelijk geschreven als een film. Geen arthousefilm, maar eentje uit dezelfde categorie als Die Hard. Het is een overvol boek, met een wel heel heftig leven voor één personage, en erg diepgaand is het allemaal niet – maar actiefilms moeten het meestal ook niet van hun geloofwaardigheid hebben. Launspach schrijft soepel en heeft een rijke fantasie; met uitzondering van sommige theoretische of uitleggerig aandoende passages valt er op bijna elke pagina van deze vuistdikke roman wat te beleven. Voor degenen die van zulke actie houden is het mission accomplished. Volgend najaar in de bioscoop, schat ik zo.

Vivian de Gier

Rik Launspach, Man meisje dood
paperback, 519 blz, € 19,90
De Bezige Bij, ISBN 978 90 234 6419 8